Skip links
Inhoud

Jan Aarnoutse

JAN AARNOUTSE (1937)

De levensloop van twee jongens kan veranderen door... een koe! Oudste zoon Jacques en jongere broer Jan gaan met vader Rob Aarnoutse op zekere dag mee naar de Maaswei om het daar lopende aanstaande slachtvee te inspecteren. Jacques wordt in de wei danig verwond door de stoot van een koe. Vanaf dat moment is de zin om ooit slager te worden voor eens en altijd over. De tweede zoon Jan is dan de aangewezen persoon om te zijner tijd vaders zaak over te nemen.

Mulo af

Deze Johannes Jacobus Hendrikus Antonius Aarnoutse gaat bij de grote vakantie 1952 over van de 2de. klas Mulo in Gennep naar de 3de. (De Mulo duurde toen drie jaar.) Felicitaties bij de overgang? Jan Aarnoutse zegt in 2000: Onze Pap zei, je wordt 3 september vijftien; ik kan je thuis goed gebruiken." Einde oefening. Niks Mulo afmaken. Hoofd van de Mulo komt praten, heer Deken komt praten... Ze praten als brugman, vader Rob heeft groot begrip voor hun argumenten, maar..."Ik heb besloten en daar blijft het bij." En 's anderendaags is Jan van Mulo-jongen slagersknechtje geworden. Vaders wil is wet. Ooit spijt van gehad, ooit met tegenzin gewerkt? Nee, nooit.

Cursus

Elke maandag, vier jaar lang, fietst Jan naar Nijmegen, naar de slagersdagcursus in een lokaaltje bij het slachthuis. Rob Aarnoutse staat daar vierkant achter. Want vreemde ogen dwingen, zegt hij. Met ongeveer twintig personen krijgen ze daar theorie en praktijk. Alle ins en outs van het slagersvak. Het uitbenen en uitponden van varkens, kalveren en koeien mag na vier jaar geen geheimen meer voor hen hebben. Het worst- en zult maken leren ze bij een slager in de werkplaats. Of ze dan alle kneepjes kennen? Volgens vader Rob leert Jan het 'echte' in de praktijk thuis. Meelopen met Pap, goed luisteren en kijken. Recepten gebruiken? Dat moet tot op de halve gram nauwkeurig. Jan vindt Pa soms wel erg 'fiemelig', maar moet hem uiteindelijk gelijk geven. Zorgvuldigheid boven alles.

Veehandel

Het is een harde leerschool. Rob is een strenge leermeester. Jan moet al snel mee naar de Bossche veemarkt. Iedere woensdagmorgen om vier uur in de auto. Arthur van Leeuwen, soms Drikus Hoesen, 'Billige' Wim Noij en Leo Kremers rijden mee. Vanaf vijf uur leert Jan er met vallen en opstaan de moeilijke stiel van keuren en handelen. Wat bied je voor een beest (koe), wat vraag je voor een beest? Veekoopman word je niet in twee maanden. Een gewiekste koopman zit in je genen. En Jan heeft drie generaties veehandelaren in de familie. Vader Rob kan hem er soms flink van langs geven: "Te duur gekocht! Te weinig gekregen!". Maar vallen laat hij Jan nooit. Voor het thuisfront hebben ze altijd minstens quitte gespeeld.
Zo verlopen de jaren en gaat Jan moeder Tonie ook achter de toonbank assisteren, schalen vullen, bestellingen klaar maken en met de fiets, en later de solex, van Milsbeek tot Siebengewald bezorgen. Hij is midden twintig als hij Dorothea Gerarda Theresia Giesbers van de Aaldonk leert kennen. Thea en Jan krijgen serieus verkering. Ze weten dat hun toekomst in de slagerswinkel op de Zandstraat zal liggen. En de overname komt eerder en anders dan verwacht!

Stoppen

Op zekere dag in 1963 zegt Rob:"Zo, 1 januari aanstaande stop ik er mee. Jan, jullie nemen per die datum de zaak maar over." En als Jan tegenwerpt dat Thea en hij pas een jaar verkering hebben, antwoordt hij:"Een vrouw leer je pas kennen in het huwelijk. Dus trouw tegen die tijd." Jan probeert nog voorzichtig tegen te stribbelen maar hoort: "Goed, ik blijf tot 1 februari en anders gooi ik de tent dicht."
Vanaf dat signaal fietst Thea elke zaterdag tegen sluitingstijd van de Aaldonk naar Gennep om mee te helpen met een niet zo plezierige, maar o zo belangrijke bezigheid: de winkel en de worstkeuken poetsen, de vloeren schrobben, de schalen en het gereedschap schoonma-
' ken, de klompen afschuren, enz. Ze leert de soorten vlees kennen, gaat helpen met vlees voorbereiden en leert klanten te bedienen. En moeder Tonie ziet dat het goed is. De winkel gaat niet dicht. 27 april 1964 wordt er in Ottersum getrouwd. Jan en Thea zetten een bloeiende zaak met een grote klantenkring voort. Thea neemt het leeuwendeel van de winkelbediening voor haar rekening. Vader Rob gaat niet rentenieren, maar blijft het slagersbedrijf van prima beesten voorzien. Als het slachthuis in Gennep voorgoed sluit, gaan de levende beesten naar het abattoir in Leunen bij Venray. Daar worden ze geslacht en uitgebeend, en komen ze in bouten weer naar Gennep. Varkens betrekt Jan op den duur alleen nog van de grossier. De ervaring leert dat zelf varkens kopen bij de boer als schaduwzijde heeft: je krijgt naast goede dieren ook wel eens een mindere. Bij de grossier bestel je gewoon tien varkens van AA-kwaliteit en heb je geen mindere.

Verandering

In 1966 vindt de eerste verbouwing plaats. Jan Francissen breekt de achterbouw af, er verrijst een heel nieuwe worstkeuken met twee kookketels. Aan machinerieën staan er dan een elektrische gehaktmolen en een stopmachine. Spoedig volgen een cutter en twee nieuwe koelcellen, een voor vers en een voor gezouten vlees. Er komt een nieuwe rookkast met een schuin afdak en een hoge schoorsteenpijp. JO van Dijck en Sjang Giesbers leveren het beuken zaagmeel. De rookkast is bestemd voor het bereiden van hammen, knak-, kook- en boterhammenworst. Dit wc-achtig gebouwtje wordt een groot probleem als de buren gaan klagen over de stank. Dus wordt er voortaan 's nachts gerookt.
Slagerij Aarnoutse heeft onder Jan de tijd mee. De welvaart stijgt in Nederland. Het geld-
' bedrag dat de gemiddelde Nederlandse huisvrouw aan vlees uitgeeft, wordt hoger. Is in de zestiger jaren het grootste percentage aan vlees dat de slager verkoopt varkensvlees, langzaam aan wordt de verhouding gunstiger voor het duurdere rundvlees. De klant gaat om soepvlees, sukadestuk, biefstuk en zij-lende vragen. Ook wil de huisvrouw wel eens iets anders op de boterham dan bloedworst, preskop, zult of boterhammenspek. De slager gaat gekookte ham, rookvlees, leverkaas en cervelaatworst aanbieden. De klant is koning. Mag het ietsje meer zijn?

Blauwe koe

Voor Jan Aarnoutse is de veehandel zijn lust en zijn leven. Hij kan zijn auto langs de weg stoppen, als hij in een weiland een prachtige Belgische blauwe ziet. Hij spreekt lyrisch over zo'n dikbilkoe. Zijn kennis en kunde leiden er toe dat hij keurmeester wordt. Door zijn gevoel voor juiste prijsstelling is hij een autoriteit en zijn oordeel een graadmeter voor prijsnotering op Europees niveau. In landelijke slagersorganisaties neemt hij vooraanstaande plaatsen in. Hij kan genieten van de Paasveetentoonstellingen, waar de uitzonderlijke beesten bij elkaar komen en er prijzen te behalen zijn. Franse, Belgische en Nederlandse keurmeesters stellen daar in Antwerpen, Brussel en Beek-Limburg de juryrapporten op en Jan Aarnoutse uit Gennep is een van hen.
Daarenboven blijft hij in het Gennepse voor de winkel zorgen. Hij haalt Belgische blauwen naar zijn Maasweien om in de zaak van zijn zoon verzekerd te zijn van topvlees. Nu in 2000 moeten we zeggen: van zijn zoons, want Jacques runt sinds twee jaar een slagerszaak in het Maldens winkelcentrum. Begonnen als chef in de slagersafdeling van Jan Linders supermarkt te Groesbeek, werkt hij nu als eigenaar in Malden. Al heeft vader Jan zich officieel teruggetrokken, toch springt hij af en toe bij. Al is het maar om kipfilet aan te vullen vanuit Gennep!

Tot slot

De overdracht van zijn winkel aan zoon Robèr gebeurt niet zo abrupt als hij het zelf heeft meegemaakt met zijn vader. Zakelijk wordt er een geleidelijke overdracht geconstrueerd bij de Kamer van Koophandel. De zaak krijgt een V.O.F.-constructie en gaat per 1 januari 1990 heten: Slagerij J. Aarnoutse en Zoon. In 1998 stapt vader Jan er helemaal uit en per 1 januari 2000 heet de slagerszaak officieel: Slagerij R. Aarnoutse. De vijfde generatie Aarnoutse heeft nu het heft in handen.
Openbare functies van Jan Aarnoutse:

  • bestuurslid Vereniging van Nederlandse Slagers
  • bestuurslid Nederlandse Ambachtelijke Slagersorganisatie
  • bestuurslid Bedrijfschap Slagersbedrijf
  • lid Prijzennoteringscommissie Productschap Vee en Vlees voor de EEG
  • voorzitter Slavaktojury
  • lid/keurmeester Paasveetentoonstellingen - worstkeurmeester
  • raadslid gemeente Gennep 1966 - 1978 - (kortstondig) voorzitter GSV Vitesse '08






Snelkoppelingen